Op 14 januari 2025 heeft de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) CO2-Prestatieladder handboek 4.0 geïntroduceerd. Deze versie verschilt op veel aspecten van het huidige handboek (versie 3.1) en dat vraagt om meer inzicht en sturing op meer dan enkel CO2.

Deze verschillen zijn kort benoemd in het artikel “de 5 grootste verschillen in de CO2-Prestatieladder 4.0”.  De 5 grootste verschillen zijn:

  • Van 5 niveaus naar 3 treden
  • Aansluiting op internationale normen
  • Nieuwe type emissies, meer dan enkel CO2
  • Resultaatsverplichting
  • SKAO-portal wordt belangrijker

In dit artikel staat de verandering betreffende nieuwe emissies centraal, waar zoveel meer is dan enkel CO2. Wil je direct meer weten over het CO2-Prestatieladder-certificeringstraject? Klik dan hier.

Wat zijn de nieuwe type emissies?

Één van de belangrijkste wijzigingen betreft de emissies die in het systeem moeten worden opgenomen.  Waar de CO2-Prestatieladder zich tot nu toe alleen richtte op CO2-emissies, vraagt handboek 4.0 verder te kijken dan enkel naar CO2-emissies, maar naar alle broeikasgassen en de zogenaamde Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE’s).

Broeikasgassen CO2 prestatieladder

CO2 heeft van alle broeikasgassen veruit het grootste aandeel in de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde, maar andere broeikasgassen hebben per kilogram uitstoot een veel grotere impact op het broeikaseffect. De nieuwe versie van de CO2-Prestatieladder verplicht bedrijven om ook de uitstoot van niet-CO2-broeikasgassen te rapporteren. Dus naast Koolstofdioxide (CO₂) ook te kijken naar de eventuele uitstoot van Methaan (CH₄), Lachgas (N₂O) en Gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen en (H)CFK’s),

De bijdrage die een broeikasgas levert aan het broeikaseffect wordt uitgedrukt in de Global Warming Potential (GWP).

De GWP van een broeikasgas wordt binnen CO2-Prestatieladder Handboek 4.0 omgerekend naar CO2. Voorbeelden van organisaties en middelen die naast CO2 andere broeikasgassen kunnen uitstoten, zijn:

  • Waterschappen en baggeraars: methaan onder meer bij het verwijderen van bagger en de vergisting van rioolslib
  • Installatiebureaus: lekkage van koudemiddelen (f-gassen) tijdens het werken aan installaties zoals airco’s of koelmachines
  • Middelen: blusmiddelen (HFK’s), hoogspanningschakelaars (SF6), airco’s en warmtepompen (HFK’s).

 Overige beïnvloedbare emissies (OBE’s)

OBE’s zijn emissies die voor de organisatie buiten de waardeketen vallen. Als de organisatie deze wel significant kan beïnvloeden, zijn deze vanaf handboek 4.0 relevant. Er worden drie soorten OBE’s onderscheiden:

  • Biogene CO2-emissies: CO2-emissies door het verbranden of oxideren van biogeen materiaal door menselijke activiteiten. Voorbeelden: HVO-diesel, stroom uit biomassa of onderaannemer gebruikt HVO
  • CO2-verwijderingen; negatieve CO2-emissies of CO2-vastlegging. Voorbeelden: opvangen en opslaan van CO2, toepassen olivijn of bouwen met hout
  • Vermeden emissies; emissiereductie óf emissietoename die kan optreden buiten scope 1, 2 of 3 van de organisatie.

Voorbeelden: terugleveren elektriciteit, energiezuinigere producten verkopen, afval recyclen, omrijden dankzij wegwerkzaamheden (toename). Voor de duidelijkheid: ook CO2-Prestatieladder Handboek 4.0 sluit CO2-compensatie door bijvoorbeeld het planten van bomen nog steeds uit. Ook voor de emissies meer dan enkel CO2 als middel om te reduceren.

Gevraagde aanpak Handboek 4.0 De nieuwe CO2 Prestatieladder, meer dan enkel CO2 - 1

Handboek 4.0 vraagt dat een organisatie, ongeacht of deze op trede 1, 2 of 3 zit, een onderbouwde inschatting maakt of emissies van niet-CO2-broeikasgassen materieel zijn. Zo ja, dan dienen deze ten minste jaarlijks gekwantificeerd te worden per broeikasgas in kg of tonnen CO2.

De OBE’s dienen vanaf trede 2 (kwalitatief) en trede 3 (kwalitatief én kwantitatief) in beeld te worden gebracht. Onderbouwde inschattingen zullen minimaal voorafgaand aan een initiële (eerste) audit en driejaarlijks moeten plaatsvinden.

De resultaten van deze analyses zijn input voor doelstellingen. Voor trede 1 zijn daarbij doelen voor de korte termijn (periode van 1 tot 3 jaar) verplicht. Voor trede 2 vraagt de CO2-ladder doelen voor de korte én middellange termijn (5 tot 10 jaar) vast te stellen. Trede 3 kijkt niet alleen op korte en middellange termijn, maar heeft ook een langetermijndoelstelling van nul CO2-uitstoot uiterlijk in het jaar 2050. Het realiseren van deze doelstellingen wordt vastgelegd in een plan van aanpak met daarin naast eigen maatregelen ook aandacht voor initiatieven en samenwerkingen met ketenpartners.  Dit alles zal minimaal voorafgaand aan een initiële audit dienen plaats te vinden.

Vragen over CO2-Prestatieladder Handboek 4.0 voor Cresco?

Wij gaan ervan uit dat met deze informatie duidelijk wordt dat de nieuwe versie van de CO2-Prestatieladder meer dan enkel CO2 is. Maar heb je naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen over het CO2-Prestatieladder-traject, of wil je in het algemeen meer weten over de CO2-Prestatieladder-certificering, neem dan geheel vrijblijvend contact op.

Veelgestelde vragen over CO2-Prestatieladder handboek 4.0

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de CO2-Prestatieladder 4.0?
+
Het nieuwe CO2-Prestatieladder handboek 4.0 brengt vijf grote veranderingen: de ladder gaat van 5 naar 3 treden, sluit aan op internationale normen, introduceert een resultaatsverplichting, maakt het SKAO-portal leidend en verbreedt de scope naar álle broeikasgassen (niet meer alleen CO2).
Welke extra emissies moet ik rapporteren naast CO2?
+
Je bent nu verplicht om ook andere broeikasgassen te rapporteren, zoals Methaan (CH₄), Lachgas (N₂O) en F-gassen (uit airco’s of koelinstallaties). Deze gassen worden omgerekend naar CO2-equivalenten via de Global Warming Potential (GWP). Vooral voor waterschappen, baggeraars en installatiebedrijven heeft dit grote impact.
Wat zijn Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE’s)?
+
OBE’s zijn emissies buiten je directe waardeketen die je wel significant kunt beïnvloeden. Denk aan biogene CO2 (verbranding van biomassa), CO2-verwijderingen (zoals bouwen met hout) en vermeden emissies (bijvoorbeeld door recycling of energiezuinige producten). Vanaf trede 3 moeten deze zowel kwalitatief als kwantitatief in kaart worden gebracht.
Moeten ook kleine organisaties al die gassen berekenen?
+
Ja, ongeacht je trede vraagt het CO2-Prestatieladder handboek 4.0 om een onderbouwde inschatting of deze gassen ‘materieel’ (relevant) zijn voor jouw bedrijf. Is dat het geval, dan moeten ze jaarlijks worden gekwantificeerd. Deze analyse moet minimaal elke drie jaar of voorafgaand aan een audit worden uitgevoerd.
Hoe ondersteunt cresco bij de overstap naar versie 4.0?
+
Wij helpen je bij de complexe transitie van versie 3.1 naar 4.0. Van het uitvoeren van de verplichte materiële analyse van niet-CO2-broeikasgassen tot het kwantificeren van OBE’s en het opstellen van langetermijndoelen (net-zero 2050). Cresco zorgt dat je managementsysteem voldoet aan de nieuwe eisen zonder de grip op je bedrijfsvoering te verliezen.

Kennisbank Milieu

100% score met behalen alle milieucertificaten

cresco-consultancy heeft al haar ISO 14001, CO2 Prestatieladder en FSC certificeringstrajecten met een positief resultaat afgerond. Dat houdt in dat alle certificaten direct en zonder vertraging zijn verstrekt door de certificerende instanties.

Voor de ervaringen van opdrachtgevers van cresco-consultancy kan je de referentiepagina bezoeken.

Contact

070 - 891 49 11
info@cresco-consultancy.nl
Leidschendam

KvK nr.: 80369553
BTW ID: NL861650244B01